Giacomo

”I’m an international student from Modena, Italy and I’m studying neuroscience; basically I’m doing a minor on the subject brain and mind. In Italy I’m an art student, my main focus is on visual arts but also on the psychological and physical perspective of art.
I’m studying art not because of art itself, but because I’m really interested in all the inner wars inside of us when we look at art and the emotional responses that we are having during this process.
A lot of times in our life – also in art, actually art is a perfect example for me- we don’t know why we (emotionally) react on something the way we do. I want to understand what actually happens, and to understand that I have to understand how the brain works in this kind of process.

When you’re staying somewhere else you change a lot of the things that you do and your identity also changes somehow. When I went back home during the Christmas break I was different; I felt myself split between two different places: I’m not just from my home country anymore, but I’m neither just from here. So: where am I? Sometimes I feel a little lost, but at other times it’s just exciting, because I’m moving, I’m developing – and I love movement.
The problem here, in Amsterdam is that there are too much things to see; too many movies, too many museums. There is always something new to experience. Maybe I should slow down a little bit; I’m in this sort of manic phase and I’m waiting till I adapt to all this because when you see all these different things you also need a way to digest. But on the other hand: I don’t know where I will be in six months, so in this time period I want to see and experience as much as possible.”

Pamela

”Ik studeer psychologie aan de VU en ik ben eerstejaars. Ik ben al een keer aan deze studie begonnen, maar toen haalde ik mijn propedeuse helaas niet. Toen heb ik maatschappelijk werk en dienstverlening gestudeerd – deze studie heb ik afgerond maar toen ik klaar was bleef het kriebelen; ik wilde nog steeds heel graag psychologie studeren, dus ben ik opnieuw begonnen. (meer…)

Geert

‘’Ik ben dit jaar begonnen aan mijn derde studie: Engels. Ik begon eerder aan twee andere studies, maar deze pasten toch niet bij me. Na een tussenjaar vol horecawerk zit ik sinds september weer in de collegebanken: ik miste het studeren echt. Tijdens mijn tussenjaar was ik erg zoekende en ik besloot: ik mag weer overal gaan kijken om te ontdekken wat ik leuk vind en wat ik écht wil doen in mijn leven.
Ik vind het belangrijk om intellectueel uitgedaagd te worden en dat is het fijne van studeren: er wordt echt van je verwacht dat je veel leest, kritisch nadenkt en bézig bent.

Ik heb voor Engels gekozen, maar eigenlijk wilde ik de studie industrieel ontwerper doen. Alleen heb je daarvoor een wiskunde B en natuurkunde-certificaat nodig en uiteindelijk had ik vorig jaar te weinig tijd om deze te halen. Toch is het eigenlijk nog steeds mijn wens om die richting op te gaan.

Ik ben drummer in de band Room For Elephants en toen we vorig jaar aan het opnemen waren in de studio merkte ik dat ik, naast het spelen zelf waar ik helemaal in op kan gaan, de technische kant van het opnemen ook heel interessant vind. De hele natuurkundige kant van opnemen en hoe geluid werkt trekt me enorm aan en hier wil ik meer over leren.

Het belangrijkste vind ik om me te blijven ontwikkelen, zowel in een studie als in het muziek maken en eigenlijk in alles. Wie weet welke richting ik precies opga, als ik me maar kan blijven ontwikkelen.’’

Irene

”Ik studeer Nederlandse Taal en Cultuur in de richting Moderne Letterkunde.
Ik heb altijd een grotere interesse gehad in hoe de taal werkt en in literatuur en zelf schrijven maar na mijn middelbare school twijfelde ik wat ik moest gaan studeren. Toen heb ik van een hoogleraar in Groningen het advies gekregen om vooral te doen wat ik écht wilde en mijn hart te volgen. Heel standaard, maar zij bracht het op zo’n rake manier, waardoor ik dacht: ja, ik ga Nederlands doen – dat past het best bij mij.

Ik was best huiverig om naar de universiteit te gaan, omdat ik bang was dat ik het niet aan zou kunnen; ik ben tijdens mijn middelbare schooltijd door sommige docenten namelijk onderuit gehaald en dit heeft me gevormd. Er was op mijn school weinig ruimte om jezelf te uiten, gelukkig is deze ruimte er nu wel bij mijn studie. Ik vind het belangrijk om kritisch te kunnen zijn en de ruimte te hebben om te kunnen reflecteren op mijn keuzes, hoe ik als persoon ergens in sta.

Ik vind het leuk om met veel verschillende dingen bezig te zijn: ik houd van muziek maken – ik zing en speel gitaar en ik schrijf graag – ik houd onder andere een blog bij met vriendinnen. Ook werk ik als oproepkracht bij een uitgeverij en werk ik in een kledingwinkel. Voor mij is de afwisseling goed; werken bij de uitgeverij is misschien logischer vanuit mijn studie, maar ik zou nooit in een kledingwinkel staan als ik niet voor de volle 100% geïnteresseerd was in wat daar gebeurt.
Soms vind ik het een heftig idee om te bedenken dat ik straks afgestudeerd ben en het ‘allemaal’ maar moet gaan doen, ik ben heel perfectionistisch wat dat betreft: ik ben altijd bang om tekort te schieten.

Ik raak geïnspireerd door vrouwen als Simone de Beauvoir en Frida Kahlo. Wat mij vooral in hen beweegt is hun enorme doorzettingsvermogen en het echt durven staan voor wie je bent, dat wil ik ook verwezenlijken.

Lyke Lotte

”Ik studeer aan het Conservatorium in de richting docent muziek, ik ben nu vierdejaars. Op het Conservatorium kies je eigenlijk één hoofdrichting/ hoofdinstrument zoals cello of piano; daar krijg je dan dus verschillende lessen in. Ik heb ook een hoofdinstrument – zang, maar daarbij krijg ik ook de pedagogische, didactische kant van het lesgeven onderwezen.

Ik wilde duidelijk verder in de muziek na mijn middelbare school (ik heb altijd gezongen en cello gespeeld), maar ik wilde niet per se zelf performen of optreden en dan is deze studie eigenlijk perfect. Ik ben nog steeds blij met mijn keuze om deze richting in te gaan. Vooral het praktische gedeelde; het zingen, spelen en met je klasgenoten samen echt iets neerzetten vind ik fantastisch.

Ik loop nu stage bij psychiatrische patiënten. Dit wordt vanuit de opleiding geregeld; het is een ‘community’ stage. Tijdens mijn stage spelen de mensen echt in een band en ik coach ze. Heel interessant en totaal iets anders dan voor een klas kinderen staan; deze mensen zijn veel vrijer, laten zich makkelijker gaan. Het gaat echt om plezier maken in de muziek, niet per se om het leren; kijken waar je komt als je gewoon gáát.
Het gaat tegenwoordig – ook in het onderwijs bijna alleen maar om het kennen en het toepassen van je kennis, echt om presteren en het toetsen. Dat vind ik soms moeilijk, die hele theoretische kant, daardoor verlies je soms plezier en het vrije dat ik juist zo mooi en leuk vind aan muziek.

Werken met kinderen vind ik ook heel leuk. Ik leid op verschillende kinderkampen ook de muziek; in de avond zing je dan een uur met de kinderen vierstemmige liedjes. Met enthousiasme kun je die kinderen zó ver krijgen, daar word ik echt gelukkig van. De sfeer die daar is, is heel veilig en open en je merkt echt zo’n verandering bij kinderen. Ze beginnen met ”nee, ik wil niet zingen – ik heb geen zin” en eindigen voluit zingend en dansend door de ruimte: helemaal los, zonder gene. Mijn doel is om díe sfeer terug te brengen in de klas en in het schoolsysteem.”

 

Coenraad

‘’Ik ben nu derdejaars student Geschiedenis aan de Uva. En hiervoor studeerde ik aan de HvA om leraar geschiedenis te worden. Ik ben overgestapt omdat ik eerst nog ‘echt’ student wilde zijn voor ik me zou storten op het leraarschap. Ik zie wel wat er op mijn pad komt als ik ben afgestudeerd; ik houd ervan om ergens in te rollen. Ik ben soms bang voor teveel structuur, ik wil heel graag openstaan voor nieuwe dingen en leven op de wind.
Tegelijk vind ik ook veel vrijheid in structuur. Ik ben erg van de ups en downs – altijd en erg in extremen in alles wat ik doe. Hoewel ik de laatste tijd merk dat ik meer steadiness ervaar dan ooit: ik word zekerder van mezelf en ervaar daardoor veel meer rust. .

Ik doe nu een minor religiewetenschappen en dat interesseert me heel erg. Ik denk dat heel veel mensen in Nederland seculier of atheïstisch zijn – of denken te zijn en ik vind het interessant om juist dat gegeven te onderzoeken als religie. Voor mij is niet-geloven net zo goed een religie.

Ik werk in het Stedelijk Museum, met kunst dus, en ik heb laatst een heel interessant artikel gelezen over religie en kunst van André Droogers. Hij zegt dat je religie eigenlijk moet zien als een kunstvorm waarbij je in een bepaalde wereld stapt met eigen regels en gebruiken en dat je dát dan gelooft. Net als bij een film: je weet dat niet alles ‘echt’ is, maar je gelooft het op het moment van kijken wel.
Ik denk dat als iedereen op zo’n speelsere manier met religie om zou gaan, dat mensen meer zingeving kunnen vinden in het leven en elkaar meer en beter zouden begrijpen. André Droogers zegt dat dit ook de rol van de wetenschap is: om die speelsheid te houden ten opzichte van de zingeving. Dat vind ik een mooie gedachte.”

Roene

‘’Ik begon aan de studie Algemene cultuurwetenschappen nadat ik een lange tijd ziek ben geweest. Ik dacht: ik ga gewoon studeren, dan wordt alles weer ‘normaal’ en dan merk ik tenminste dat er aan mijn intelligentie niets veranderd is.
Deze studie voelt voor mij als 3 studies in één: antropologie, sociologie en kunstgeschiedenis. En deze drie richtingen interesseren mij heel erg. Wat dat betreft denk ik dat dit echt de studie is voor mij.
Maar ik merkte al snel dat studeren en alles wat daarbij hoort nog veel te intens is, omdat ik eigenlijk nog steeds heel erg aan het herstellen ben. Ik had pfeiffer met zeer zeldzame complicaties, waardoor mijn mild eruit moest.
Ik heb nu vooral nog last van de nawerking van pfeiffer: ik weet als ik wakker word nooit of ik het einde van de dag haal zonder een ‘down’ moment. Tijdens het studeren ging mijn herstel achteruit en ben ik zelfs flauwgevallen in een college. Het was teveel en ik moest eigenlijk noodgedwongen een studiepauze inlassen.

Stoppen met studeren voelde heel erg als opgeven en dat vond ik moeilijk, want zo ben ik helemaal niet: ik wil altijd doorgaan en de volle 100% geven.
Maar ik moet nu vooral accepteren dat ik niet van de één op de andere dag weer ‘normaal’ ben en alles kan doen wat ik deed voor ik ziek werd. En volgend jaar begin ik dan gewoon opnieuw met deze studie.

Wat me in de toekomst heel gaaf lijkt is om naar verschillende steden te reizen en dan op bijzondere of extreme plekken een expositieruimte te maken en te gekke kunst tentoonstellen. Of op een ‘weirde’ plek een festival organiseren, dat werk.
Ik denk dat ik daarmee de meeste dingen die ik wil doen kan combineren: echt zelf iets organiseren, maar ook het belang van kunst en cultuur laten zien. En met veel verschillende mensen (samen)werken, dat lijkt me wel wat.
Ik denk dat het belangrijk is om zoiets voor ogen te hebben, omdat je dan echt het idee hebt dat je ‘het’ ergens voor doet. Natuurlijk wordt zo’n ‘ideaalplaatje’ nooit helemaal de realiteit, want je weet nooit wat er morgen gebeurt – dat weet ik nu als geen ander. Maar het maakt je wel veel vrolijker als je dit soort beelden voor je ziet.’’

Ebrar

‘’Ik studeer religiewetenschappen, momenteel ben ik vierdejaars.
De studie is alles wat ik me ervan had voorgesteld. Ik hoopte tijdens deze studie te leren hoe je een wetenschappelijke blik op religie vormt. En om dan vanuit dat perspectief een bepaalde religie te benaderen.
Mijn hoofddoel, of waarom ik deze studie ben gaan doen, heeft voor mij te maken met een duidelijke noodzaak die ik zie in deze maatschappij: ik wil een brug vormen tussen de moslimmaatschappij en de niet-moslimmaatschappij in Nederland.
Er zijn zeker mensen die deze brug willen vormen, maar dat zijn vaak alleen hooggeleerde, blanke, oudere mannen. Ik heb bijvoorbeeld fantastische docenten die dit proberen – ze gaan fantastisch met publiek om en geven geweldige lectures, maar ze staan te ver af van de moslimmaatschappij.
Wanneer één van mijn docenten probeert een gesprek aan te gaan met bijvoorbeeld risicojongeren in de Schilderswijk, lukt dat vaak niet goed. Deze jongeren nemen niet snel iets van hem aan, omdat hij te ver van hen af staat.
Met mijn achtergrond – mijn ouders zijn Turks en ik ben moslim, kan ik deze groep hopelijk wel bereiken. Ik sta dichterbij, omdat we een achtergrond delen. En als ik straks mijn bachelor religiewetenschappen heb, daarna een master en hopelijk op een dag ook een PHD heb gehaald, kan ik ook met alle recht vanuit wetenschappelijk oogpunt handelen.
Mijn plan was altijd geneeskunde te gaan studeren, pas drie maanden voor mijn eindexamen VWO ben ik van gedachten veranderd. Omdat ik de noodzaak toen echt voelde; waarschijnlijk is dat een soort onbewuste ontwikkeling geweest, maar opeens was het gevoel om een andere richting in te gaan dominant.
Ik wilde eerst heel graag traumachirurg worden, maar daar heb je er al genoeg van. Op dit moment is er naar mijn idee meer behoefte aan zo’n brug in de maatschappij. ‘’

Michael

‘’I’m currently studying Computer Science at the VU. I’m from Zimbabwe and i’ve been studying here for over a year now.
I honestly don’t know why I came to Amsterdam to study. It was more like: Why Not? I was spontaneously and I just choose randomly.
Amsterdam was a city I had no idea about – so it was a 50/50 chance: it would either be a place I hated, or a place I loved. And obviously I love Amsterdam.
I truly think you can not, not love Holland. No matter who you are: I swear, you will fall in love with this place. You know I tried to hate it. I woke up one day and I was like: I want to hate Amsterdam today, but you just can’t. Because you will bump into a nice Dutch person who will say ‘Hi’ to you and give you a big, honest smile.
I choose to study Computer Science because I really like the philosophy and psychology behind it. I believe that Computer Science is related to people; the computer is build on the thoughts and imagination of people – the computer works just like the brain.
The hardest thing for humans is to understand their thoughts and themselves; we all try to understand ourselves but most of the time it’s impossible.
For me the computer is a form of what we understand about the human mind, it’s the closest to what we know about ourselves, because it’s based on us. Now that i’m studying Computer Science I get to know so much more about myself. The brain and the machine is just a beautiful thing.’’

Anne-wil

‘’Ik studeer nu International Development Studies aan de Wageningen Universiteit en hiervoor heb ik Future Planet Studies gestudeerd aan de UvA.
Ik heb voor deze richting gekozen omdat ik ‘iets’ met duurzaamheid en voedselproductie wilde doen en deze studie combineert dat.
Wat me erg aanspreekt is om op een duurzame manier naar ontwikkeling te kijken. Natuurlijk is de acute noodhulp ook heel erg belangrijk en noodzakelijk, maar dat is toch erg op de korte termijn gericht. Wat mij meer aanspreekt is om te proberen op lokaal gebied de voedselproductie te verduurzamen en ervoor te zorgen dat mensen uiteindelijk hun eigen leven kunnen verbeteren.
Soms is deze studie ook moeilijk, omdat je steeds meer leert over de complexiteit van bepaalde duurzaamheidsvraagstukken. Dan leer je ook dat sommige dingen echt niet goed in elkaar zitten.
Dat raakt me wel: er zitten fouten in het systeem, die boeren belemmeren een fatsoenlijk bestaan op te bouwen. Dan is er bijvoorbeeld een groot bedrijf dat een heel tof project gaat doen met boeren en dan zeggen ze alles aan te pakken; betere zaden, toegang tot inputs en verandering in de infrastructuur et cetera. En dan denk je: ‘oh dit is vet, dit is goed’, maar wat betalen ze zo’n boer voor zijn gewas? Héél weinig. Als je die boer structureel onderbetaald, kun je allemaal leuke dingen gaan doen maar dat is gewoon heel krom natuurlijk.
Wat mij beweegt hier in door te gaan is dat ik toch veel goede projecten bij bedrijven en in de wetenschap zie die zich hiervoor inzetten: tegen de onduurzaamheid van onze voedselproductie en de weeffouten in het systeem. Er zijn veel mensen die zich hier voor inzetten, juist ook bij de grote bedrijven, en dat is wat me motiveert.’’