Casella Stilteweekend

Casella Stilteweekend

Door: Emma Kemp – Writer of NEWConnective

Casella Stilteweekend

Het klooster en de boerderij van Casella bevinden zich aan het eind van een lange oprijlaan, verborgen achter de bomen. Er komt een open ruimte tevoorschijn die een rust uitstraalt waar je u tegen zegt. Als we alle zeven gearriveerd zijn, worden we rondgeleid door Maria, een van de vijf nonnen. “De gasten zijn altijd verbaasd als ze zien dat het er hier precies hetzelfde uitziet als op de foto’s.” Ik heb de foto’s niet van tevoren gezien, maar ik vraag me af hoe het mogelijk is om de waanzinnige schoonheid van deze plek tweedimensionaal vast te leggen, of hoe ik ooit de woorden kan vinden om de kalmte van deze plek te omschrijven.

Na het avondeten wonen we de religieuze dienst bij, voor sommigen een sterk gevoel van herkenning, voor anderen een beetje onwennig. Er zit iets kalmerends in het ritme van de dienst, een stuk tekst, een lied, een moment stilte. Ik denk aan de soep die we bij het avondeten hadden en kan even niet uit mijn gedachtepatroon ontsnappen. Denk niet aan een olifant. Die avond vertellen we elkaar wat ons heeft bewogen naar het weekend te komen. De gesprekken zijn intens, maar inspirerend, en de dynamiek is gelijk vertrouwd. We schrijven onze intenties op post-its, plakken ze op het raam en gaan dan naar bed. De volgende ochtend blijkt dat de gesprekken van de vorige avond niet alleen mij hebben wakker gehouden. Een middagdutje (of in dit geval een ochtenddutje)
heb ik wel nodig. Het lukt me goed om mijn telefoon met rust te laten. Tijdens de lunch voeren we mildere gesprekken, een soort stilte voor de storm. Op het programma staat het bewandelen van het labyrint.

Het doorlopen van het labyrint kan met een doel, een gedachte, of je laat je leiden door het moment. Tijdens het lopen word je in een lange route naar de kern begeleid, maar verdwalen is onmogelijk. Zes mensen lopen hetzelfde pad, op hun eigen tempo, met hun eigen visie en doel. En als je zin hebt om te smokkelen door recht over te steken, dan doe je dat gewoon. Zo gaan er bijna twee uur voorbij in stilte, maar het verveelt geen moment. Na het wandelen praten we erover en de effecten zijn soms goed merkbaar. We herkennen elkaars verhalen en proberen verbanden te leggen tussen onze daden en onze gevoelens, of laten anderen dat doen, op basis van de weinige gesprekken die we nog gevoerd hebben. We proberen elkaar te helpen  begrijpen waar onze gedachten niet stroken met die van een ander, en waarom we daar eigenlijk niet genoeg bij stilstaan, of er soms juist tegenin willen gaan.

Tijdens het avondeten delen we onze kennis en ervaring over voeding en carrièrekeuzes, en er wordt bedachtzaam geluisterd. Soms worden er strenge vragen gesteld en wordt er teruggegrepen naar details uit eerdere gesprekken. Even krijg ik het verontrustende gevoel dat we soms zo voorspelbaar zijn als mens, en je door een paar gesprekken al zo veel van iemand weet, dat je diegene soms beter doorziet dan diegene zichzelf. Hebben we baat bij deze herkenning? Worden we niet te veel in hokjes gestopt? Of hebben we die hokjes soms nodig om uit te breiden, aan te passen en soms af te breken? En daarmee plaats te maken voor nieuwe ideeën, gedachten en vooral gevoelens.

De momenten waarop ik mezelf te veel voel, sta ik stil bij de reden van mijn deelname: mezelf de moeite waard vinden en grenzen stellen. De groep voelt elkaars wensen haarfijn aan, er hoeft bijna niets toegelicht te worden, of er is al naar gevraagd. Ik hoor een stemmetje dat af en toe in twijfel trekt of ik wel in de groep pas, en wat eigenlijk mijn rol is, maar ik probeer het niet als een wesp van me af te slaan. Ik kijk ernaar terwijl het zoemend op zoek gaat naar een zoet plekje. Als het niet wordt gevoed, verdwijnt het gevoel als sneeuw voor de zon.

Vlak voor vertrek worden de nog dichte gordijnen opengeschoven. De intenties van de eerste avond hangen nog op het raam, alleen de post-it met ‘loslaten’ is op de grond gevallen.